Voetbal op tv. De ene ploeg wordt door de andere volledig overklast. De reporter zegt dat hij hoopt op winst met dubbele cijfers. Ik zap weg naar het andere net, waar een commentator terugkijkt op een politiek debat, bespreekt wie er heeft gewonnen en waarom. Ik zucht eens diep. Winnen. Winnen. Winnen. Ik heb geen zin om altijd maar te winnen, te moeten winnen, te denken dat ik winnen moet. Op het trapveldje in de buurt waar we woonden, speelden we partijtjes voetbal. En als de ene partij veel sterker was dan de andere, ruilden we een paar spelers. Zodat het spannend werd en iedereen zich lekker voelde, lekker spelen kon. Ruil wat spelers, roep ik naar de tv. Maar ik geloof niet dat ze me horen.
Categorieën