In gedachten verzonken loop ik over een bospad. Ik voel een spinnendraad en blijf staan om hem weg te vegen. Voor ik de beweging af kan maken, vraagt een vrouwenstem of ze de rupsjes uit mijn stoppelbaard zal halen. Het klinkt dramatisch en ik stel me voor dat het er honderden zijn, dat er op mijn wangen een levende baard glibbert en kronkelt. ‘Graag,’ zeg ik en draai mijn hoofd naar haar toe. Ze stapt dichterbij en plukt een spindraad van mijn kin. Het rupsje dat eraan hing, klemt zich vast aan mijn blauwe t-shirt en rolt dan door naar de grond. De vrouw loopt door. Ik blijf nog even staan. Vanuit een eikenboom hangen honderden groene rupsjes naar beneden aan lang gesponnen draden. Ze deinen zachtjes in de wind.
Categorieën