‘Vegaburger met frites,’ zeg ik tegen de ober. Aan de tafel naast me zit een man te bellen in een – voor mij – vreemde taal. Hij praat en praat en praat. En ik stel me voor hoe er aan de andere kant van de lijn iemand net doet alsof hij luistert en ondertussen stilletjes op het balkon gaat zitten met een biertje, of het geluid zacht zet en elke paar minuten ‘ja ja, natuurlijk, dat snap ik helemaal’ roept. Want wie het ook is, met zo’n spraakwaterval heeft niemand de kans iets terug te zeggen. Na een kwartiertje wachten komt mijn eten. Het smaakt me prima, en als ik genoeg heb en het bord van me afduw, praat hij nog steeds. Gebaart heftig. Aan zijn rechterhand zie ik een ring. En ineens weet ik het zeker: het is zijn vrouw aan de andere kant van de lijn. Ze slaapt.
Categorieën