Alle kruisen zijn hetzelfde. Simpel. Wit. Rozen, vetplantjes en heide staan als bloeiende boeketjes in een lange strook langs de graven. Ik slenter over een militaire begraafplaats en zie op elke zerk als eerste steeds de vlag, daarna een nummer, dan de rang. Als laatste pas de naam en de datum van het sneuvelen. Rond de twintig allemaal: private, gunner, sapper, trooper, rifle man, lieutenant. Geen generaals en presidenten hier. Dan – verstopt achter de plantjes – vind ik onderop de kruisen korte teksten van familieleden. Ze spreken van gemis, van houden van, van elkaar terugzien in een ander leven. Met kusjes van ouders en kinderen, van geliefden die hen voor eeuwig zullen missen. Mijn voeten knerpen door het grind als ik vertrek. Het hek valt zachtjes in het slot.
Categorieën