Categorieën
Geen categorie

Alles

‘In alles zie ik een gezicht,’ lacht de man tegenover me. ‘Altijd gezichten, zoals deze’ zegt hij, ‘en bijna altijd kijken ze me sacherijnig aan.’ Hij wijst een wolkenfoto aan in een opengeslagen tijdschrift. Zijn vingers bewegen over het papier alsof hij de ruimtes tussen de buien verkent. Ik kijk mee en herinner me hoe ik als kind op mijn rug in het gras lag, omhoog keek, spoken zag, olifanten, ridders, draken. Met wat moeite herken ik die ook in de tijdschriftfoto, maar gezichten zie ik niet. ‘Ik zie ze ook in auto’s, in bomen, stofzuigers, bushokjes, broccoli,’ vervolgt de man zijn verhaal, ‘en het vervelende is dat ik nergens meer naar kijken kan. Want heb ik eenmaal een gezicht in iets gezien, dan raak ik dat nooit meer kwijt. Ze blijven bij me tot ik sterf.’

Translate »