Het waait. Thuis aan tafel, met de blik naar buiten, zou de wereld om me heen bewegen. De stammen van de bomen buigen in de wind, takken zwiepen, blad ritselt, wappert, wiegt: een trillen waarvoor ik niet de woorden ken, tot het loslaat, afvalt, wegwaait en de grond bedekt. Maar hier in deze stad zijn geen bomen te bekennen, is er niets dat door de wind bewogen wordt. Alleen in de ramen zie ik soms beweging: de weerspiegeling van wolken. Tot een mens een venster opent. En direct weer sluit.
Categorieën