Haast onzichtbaar, haast onopgemerkt zit ik op mijn terras. Stilletjes verdwenen, in mezelf, in mijn omgeving, in mijn stoel. Glimlach naar de paardenbloem die opbloeit tussen de tegels. Naar een mier die zijn weg vindt over een onzichtbaar pad. Naar een vlinder die zijn gerafelde vleugels openvouwt naar de zon. Gerafeld. Openvouwen. Ik proef de woorden en vind ze bij me passen. De voorjaarszon verwarmt mijn vleugels, verdrijft mijn kippenvel. Een vogel zingt in het riet. De wind blaast zacht langs mijn gezicht. Als ik ruisen kon, dan deed ik het.
Categorieën