Een Duitse gast aan de tafel naast me snuit zijn neus als een trompetter. Een sonore klank vult de ruimte. Even later doet zij hetzelfde, maar in een lichte, ronde toon. Meer een klarinet. Ik kijk op en zie hoe ze belangstellend in haar zakdoek tuurt. Het is een paarse met rode vierkante lijnen. Net als die van hem. Nu ik erop let, hoor ik overal in de ontbijtzaal hoesten. Lachen dat overgaat in hoesten. Praten dat verandert in een kuch. Fluisteren afgewisseld met het luidruchtig ophalen van de neus. ‘Even frisse lucht,’ zegt de hotelier en zet het raam op een kier.
Categorieën