Zijn blauwe pak is gekreukt. Zijn grijze haardos vol en krullend. In het drukke wegrestaurant zit hij aan een lange tafel. Voor hem zijn opengeklapte laptop. Zijn wijsvinger zoekt zijn weg hoog boven het toetsenbord. Treuzelt, aarzelt en duikt dan met een snelle beweging op een letter of cijfer af. Als een valk die bidt boven een akker en toeslaat als hij een prooi ontwaart. Ik vind het best. Het maakt me niet uit. Het is iets waar mijn oog op valt terwijl ik mijn thee drink. Ook zijn sleutelbos die naast zijn laptop ligt, interesseert me niet echt. Toch zie ik dat hij negen sleutels heeft. Dat er voetbalschoentjes aan zijn sleutelbos hangen. Een fluitje. Een logo van een automerk. Hij staat op. Klapt de laptop dicht. Loopt naar de deur en treuzelt even voor de spiegelende buitendeur. Strijkt door zijn haar.
Categorieën