Je moet natuurlijk wel een keer aan het werk, zeg ik tegen mezelf, terwijl ik naar buiten loop, de hitte in en de glazen deur achter me dicht schuif. Ik zet mijn thee op de terrastafel en laat me vallen in een luie stoel. Iedereen heeft nog vakantie, waarom zou ik me dan druk maken. Daarbij is het te warm vandaag. Mijn voeten leg ik op een oude tuinstoel. Nog even doe ik niks besluit ik. En laat de vraag wat niks dan is en of niks wel op zichzelf bestaan kan, liggen voor een ander moment. Ik zit. Doe niks. Er is geen wind. De vlinders in de moestuin fladderen onhoorbaar van bloem naar bloem.
Categorieën