Categorieën
Geen categorie

Brand

De zon brandt op de akker rond het huis. De snel groeiende aardappels een zinderend groene waas. Langs een sloot ligt iets dat de zon reflecteert. Een lichtsignaal. Alsof een kleine alien zijn makkers roept, een in elkaar gedoken fazanthaan zijn ogen laat blikkeren, of een mini-kindje speelt met een spiegeltje. Of is het alu-folie, door iemand weggesmeten nadat het meegenomen brood verorberd was? Met de verrekijker zie ik niks bijzonders. Behalve dan het blikkeren. Het flikkeren. Het oogverblindend knipperen van iets dat de zon verblindend in mijn ogen spiegelt. Ik kijk naar mijn blote benen, mijn blote voeten op de ligstoel. Dan naar de distels, bramen en brandnetels die ik moet passeren om op de akker te komen. En laat het raadsel intact. Het blikkert. Flikkert.

Categorieën
Geen categorie

Pluim

Druk is het. Niet met mensen. Met ander leven. Ik zou ze kunnen opsommen. Hoewel ik veel van dat leven niet ken. Het zingt, het bromt, het fluit, het steekt, het zoemt, het vliegt, het loopt, het kruipt, het bijt. Namen hebben ze niet voor mij. Wel voor zichzelf? Heeft de mier die op weg is naar het nest met een gevonden takje een naam? En kent hij die ook zelf? Kan ik hem roepen? Of hij mij? Het riet van vorig jaar staat verdroogd en vergeeld in de sloot. De pluimen eraf gepikt door mussen en winterkoninkjes om hun nest mee te bouwen. De kale stengels wijzen doelloos naar de lucht. Tijd om ze af te maaien dacht ik. Maar nu ik hier wat voor me uit staar, zie ik op de hoogste punten steeds libellen landen. Twee of drie of vijf. Als nieuwe pluimen op het kale riet.

Categorieën
Geen categorie

Sliert

In gedachten zwerf ik over het terras. Of eigenlijk zwerft mijn luisteren over het terras. Van de ene naar de andere tafel, zonder zelf te bewegen, sluipt mijn aandacht van tafeltje naar tafeltje. Als een plakkerige sliert die op zoek is om ergens aan te kleven. En als het spannend is wat ik hoor, strek ik het luisteren nog verder uit, zodat ik aan die tafel zit. Als onzichtbaar deel van het gezelschap. Drie tafels verderop luister ik naar wat ze zullen eten. Twee tafels verderop welke boodschappen er nog nodig zijn. En naast me denk ik mee over hoeveel bolletjes ijs het beste is. Ik nip van mijn thee en kijk omhoog. Er drijven stapelwolken over. En omdat ik toch al niet ben waar ik ben, kleef ik aan en drijf mee op een prettig warme bries.