Categorieën
Geen categorie

Mijmer

Warm en herfstig vandaag. Het groen verkleurt voorzichtig naar bruin. Net als ik. De zomer achter me – en alle seizoenen die ik eerder leefde – een soort droom. Een vage reeks van dingen waar ik bij was en tegelijkertijd ook niet. Toen intens en nu verflauwd tot een herinnering die onscherp is en onzeker. Een sprinkhaan landt op mijn knie en springt weer weg als mijn wijsvinger hem raakt. Ik fantaseer dat ik een sprinkhaan ben en op mijn reis grote stukken oversla. Geen aarde voel, maar geniet van de sprong, het zweven, de wind langs mijn huid en een landing op een onverwachte plek. Of dat ik een steen ben, afgeschoten met een katapult en na een harde landing wacht op weer een kind dat zin heeft om me weg te schieten, weg te gooien of in zijn broekzak mee te nemen. In de nazomerzon zit ik en mijmer.

Categorieën
Geen categorie

Druildag

Ik zeg, ik wil de zon tevoorschijn schrijven, zien hoe hij door de wolken breekt, een ladder naar de hemel toont die ik beklimmen kan. Tree voor tree steeds warmer worden om eerst door het wolkengrijs, dan op het wolkengrijs me uit te strekken, te koesteren in de gele gloed die mijn naakte huid verwarmt. Ja, dat is wat ik wil, de zon tevoorschijn schrijven, dan als de wolken dunner worden, vager, en het zonlicht feller schijnt, op de thermiek wat dwalen tussen buizerds, adelaars en zweefvliegtuigen. En later, heel veel later als een gevleugeld zaad omlaag roteren om uit te rusten in een akker. Gesloten ogen. Warme dromen. Zacht gloeiend vel.

Categorieën
Geen categorie

Woestijn

Een regenworm ligt op de pas geveegde stoep. Hij kronkelt traag in de felle zon. Verdwaald, denk ik en nu in een woestijn beland. Een hete, onafzienbare steenvlakte. In een gleuf tussen twee tegels bolt hij zich en zoekt naar aarde om in weg te kruipen. Ik kan niet ieder beestje redden dat zich vergist – als het erop aankomt kan ik ook mezelf niet redden in een woestijn op mensenmaat – maar scheur toch een stukje van een lege doos en schuif de regenworm erop, gooi hem in een smalle strook van zwarte tuingrond. Kijk toe. Hij kronkelt. Dorstig denk ik en verloren. Of het zinvol is, ik weet het niet, maar bedek hem losjes met wat aarde en hoop er maar het beste van.