De airco van het grand-café dreunt en blaast, een zoem als een snelweg in de verte. Om me heen het geroezemoes van stemmen die op gedempte toon – of luider na drie wijntjes – elkaar eindeloze verhalen vertellen. Een koeling slaat aan. Iemand hoest. Een deur knalt dicht. Het lak van de tafels vertoont barstjes door jarenlang gebruik en ik voel mijn armen plakken in het zoet dat zich erin verzameld heeft. Achter de bar draait iemand het volume van de muziek omhoog. Jaren zestig-hits. Ook de stemmen om me heen klinken luider en met steeds meer nadruk. Aan een tafel in een lege hoek, werkt een man achter zijn laptop. Zijn mobiel gaat over: ‘Dit is een dag van stilte,’ denk ik te verstaan. Ik sta op en loop naar buiten. Het regent zacht. In de verte zingt een merel.
Categorieën