Categorieën
Geen categorie

Wezen

De brug is smal en glibberig van alg. Net als ik een stapje dichterbij zet om naar de overkant te lopen, komt er vanaf de andere kant een haas aangerend. Hij is dichterbij de brug dan ik, dus ik sta stil en laat hem voorgaan. Of is het zo dat hij hier voorrang neemt? Middenop de brug blijft hij zitten, spiedt naar alle kanten, tuurt de lengte van de sloot af, links, rechts, links, rechts en blijft wachten. Net als ik, die hem niet bang wil maken, wacht. En er misschien achter mij ongezien een ander leven staat te wachten dat mij niet de stuipen op het lijf wil jagen en daarachter weer een andere entiteit en dan weer een, weer een. Een lange rij nooit geziene wezens op ruime afstand van elkaar. Wachtend op de haas, die stil blijft zitten op het bruggetje en wacht.

Categorieën
Geen categorie

Frisse neus

Ach, een dood molletje. Goh, ja. Of zou het een ratje zijn. Hij heeft inderdaad voor een mol wel heel veel haar. Wintervacht? Of hebben ze dat niet? We hadden hem even op zijn rug moeten draaien. Ja, dan hadden we het geweten. Ja, want die graafpoten kan je niet missen. Terug en kijken? Ach nee, dan weet je het. En dan? Ja, dan weet je het. Dan kan je vanavond nog eens ‘goh’ zeggen. Ja? Ja, goh, dat molletje. Of goh, dat ratje. Goh, ja.

Categorieën
Geen categorie

Natte ‘t’

‘Een mens lijkt soms net een sproeiende fontein,’ zeg ik tegen de man achter de toonbank. Hij doet een stapje terug en zegt een woord dat met een ‘t’ begint. In het zonlicht dat schuin door de winkel schijnt en mijn silhouet in de goedkopere tv-schermen laat reflecteren, zie ik tientallen spuugspetters mijn kant opvliegen en landen op de glasplaat waar mijn zojuist gekochte spullen liggen. ‘In totaal is het tweeënzestig euro tachtig,’ zegt hij luid en duidelijk. Met zeven keer een kleddernatte ‘t’. Als ik mijn pinpas pak, wijst hij behulpzaam naar het apparaat dat minder dan een meter van hem afstaat. Arwanend kijk ik naar de toetsen, naar mijn wijsvinger, maar er is echt geen ontkomen aan.