Er komt niets in mij op. Lege zinnen met lege woorden. Dat het heet is. Dat ik slippers mee had moeten nemen en een korte broek had moeten dragen in plaats van dit dunne floddertje met lange pijpen dat aan mijn benen plakt. Ik doe mijn kunststofsportschoenen uit, mijn klamme sokken. Voel hoe de wind als een hete adem rond mijn voeten waait. Het is dertig graden. Ik zit in de schaduw naast een vuilnisbak voor restafval en ruik smeltend asfalt. Een zinderend hete auto parkeert voor mijn neus. Twee mensen stappen uit. Hun kleren plakken aan hun lijf en laten natte plekken zien. Hij veegt het zweet van zijn hoofd met een witte zakdoek en roept dat het echt veel en veel te warm is. Zij lijkt zich klein te maken als de hitte haar overvalt en houdt zich stil. Waarschijnlijk komt er niets in haar op.
Categorieën