Bedachtzaam neem ik een hap van mijn zelfgebakken desembrood en kijk naar buiten. Tussen twee happen door zie ik een winterkoninkje op de tuinbrug heen en weer rennen, opvliegen, weer landen, opnieuw heen en weer rennen, nog een keer opvliegen, een ander winterkoninkje ontmoeten, gaan zitten, weer wegrennen, nogmaals opvliegen, landen en iets oppikken, even fladderen en in de sloot verdwijnen om te drinken. Zo kijkt een boom naar mij, denk ik, terwijl ik bedachtzaam kauw. Zijn stam en takken ogenschijnlijk onbeweeglijk – zoals ik dat ben voor een winterkoninkje – en tot in het diepst verbaasd over dat drukke gedoe daar beneden hem.
Categorieën