Het hotel waar ik logeer, beweegt zachtjes heen en weer. Even duizelt het me. Hoe kan het dat een gebouw zo wankelt. De boom die buiten vlak voor het raam staat, heeft er geen last van. Roerloos en onbewogen staat hij voor het heen en weer schuivende venster. Mijn blik glijdt naar de zijkant van het raam, naar het kozijn van staal. Als ik daarop focus, is het ineens de boom die beweegt en staat de kamer stil. En als ik weer naar de boom kijk, beweegt de kamer. Alsof ik in een trein zit en naast me uit het raam een tweede trein zie staan. En niet weet – als ik het fluitje hoor – of het mijn trein is die wegrijdt of juist die andere.
Categorieën