Zonde

‘Dit beest was bang,’ zeg ik terwijl ik van het vlees proef. ‘Het smaakt naar angst, paniek, verbijstering. Ja, dit vlees was bang. Heel erg bang.’
Mijn gastheer kijkt verbaasd en proeft een hapje van mijn bord.
‘Het smaakt precies als anders,’ zegt hij. ‘Eet er maar omheen. Of eet het op. Het is al betaald, het beest is al geslacht, zonde om het weg te gooien.’ Hij spoelt zijn woorden weg met witte wijn. Ik neem een slokje van mijn thee van vers geplukte munt. En vraag me af of het plantje ernstig heeft geleden.