Woord

De wekker gaat. Ik zet hem uit en zwaai mijn benen buiten het bed. Een snelle douche, dan het gisteravond laat al klaargezette ontbijt. Het smaakt me niet. Ook de ochtendkoffie is bitter en wrang. Bozig ben ik, sacherijnig. Een reden weet ik niet. De stoel in de auto voelt klam en koud. Mopperend rij ik de oprit af. Dit wordt zo niks, denk ik bij mezelf en besluit dit grauw bestaan wat vrolijker te maken. Zeg hardop dat het in de auto lekker fris is, tintelfris en voel een voorzichtig lachje om mijn mond als ik merk hoe een simpel woord de wereld anders maken kan.