Winterdag

Sneeuw knispert onder mijn voeten. Pas na pas hoor ik de zolen van mijn schoenen neerkomen en wegzakken. Hoor hoe mijn broek ruist langs mijn knieën, langs mijn dijen. Mijn jas maakt een geluid alsof iemand met grote, regelmatige bewegingen zijn stoep schoonveegt. Zo nu en dan haal ik mijn neus op. Wat een herrie maak ik in mijn eentje, denk ik, en verras mezelf door stil te blijven staan. Mijn geluiden lijken door te wandelen en langzaam te vervagen. Even lijkt het stil. Dan hoor ik in mijn hoofd gedachten kletsen over doorlopen, over kou, over een warme kachel, tot ik ook die laat gaan. Dan is er niets. Of toch. Een kraai die krast. Een zuchtje wind dat in mijn oren fluistert en na verloop van tijd verandert in zacht gezongen koormuziek.