Categorieën
Geen categorie

Wie of wat

Een jonge haas drentelt heen en weer, een halve meter voor mijn voeten. Ik zit stil. Hij knabbelt van de opgeschoten klaver. Ik zit stil. Van een sprietje gras. Ik zit stil. Ruikt aan een wortel. Ik zit stil. Kijkt rond en trekt een sprintje. Ik zit stil. Hapt wat van een paardebloemenblad. Ik zit stil. Hipt over het bruggetje en verkent de akker verderop. Geruisloos haal ik thee. En vraag me af wat ik niet zie. Wie of wat er stil zit in mijn buurt. Blijft kijken zolang het hem bevalt. Zolang ik hem beval.