Vol

Eén vlieg zwerft nog door het huis. Misschien is het de laatste op de wereld, denk ik soms. Hij is al weken hier en lijkt hier ook te wonen. Als ik mijn ontbijt maak, komt hij kijken en probeert om mee te proeven. Ik jaag hem weg. Geen vliegenspeeksel in mijn ochtenpap. Als ik uitgegeten ben, laat ik de kom nog even op tafel staan terwijl ik op mijn mobiel de krant uitlees. Brommend komt dan ook de vlieg naar tafel, doet zich tegoed aan wat ik aan restjes overlaat. Als later de krant gelezen is, spoel ik het vaatje af. Met de vlieg gezellig zoemend rond mijn hoofd.