Taxi

Een vlieg zeurt rond mijn hoofd. Ik haal uit, maar hou mijn ogen op de weg want hoorde op het nieuws over een bus die van een brug afreed toen de chauffeur terugsloeg naar een boze passagier. De vlieg ontwijkt mijn hand met speels gemak en zet zich op het warme scherm van de tomtom, vliegt weer op en landt dan midden op mijn kale hoofd. Weer mijn hand en weer ontsnapt de vlieg. Als ik straks stop – ik ben op weg naar Amsterdam – jaag ik hem de auto uit. Dat zal hem leren, want dan moet hij vliegend terug naar huis. Hoe lang zo’n dier daar over doet? Een week of misschien twee? Als ik de parkeergarage inrij, zit de vlieg op het raam van het portier. Ik open de deur en hij stuift gedecideerd de auto uit. Alsof hìj op weg was hier naartoe.