Streetview

‘Voor wie haar nog een keer wil zien, als je op Google Maps kijkt, zit ze op haar bankje voor het huis,’ zei mijn neef jaren geleden op de begrafenis van zijn moeder. Vandaag zoek ik het adres en kijk. De aanblik van het huis aan de gracht is nog vertrouwd na al die jaren, maar mijn tante en het bankje zijn verdwenen.

Nu ik toch zo bezig ben, tik ik het adres in waar mijn moeder in haar laatste jaren woonde. Het balkon is leeg, de begonia’s in de bloembakken bloeien, de groene tuinstoelen staan uitgeklapt te wachten onder het vogelhuisje waar de mezen wonen. De deuren zijn dicht en het huis ziet er verlaten uit. Ik schuif het beeld naar de parkeerplaats van het bejaardenhuis. Nee, ik was er niet die dag. Ook geen andere bekende auto’s. Ik focus op een ander stukje van het dorp waar ze vijftig jaar gewoond heeft. Een lege straat. Een huis dat lijkt te slapen. De gordijnen zijn vreemd, de wilde tuin getemd met gras en stenen. Het schuurtje met het bijna platte dak waarop ik stiekem speelde, is vervangen door een garage. De vogelkers die mijn vader uit het bos gestolen had, geofferd voor een oprit.

Twee kilometer verder naar het zuiden zoek ik naar het huis waar ik geboren ben. Het is gesloopt en vervangen door een twee-onder-een-kap. Verdwenen is de sombere kamer waar tevergeefs de kachel loeide, weg de gang waar ik de rode step vond toen ik drie werd, omgehakt de coniferen waartegen ik samen met mijn vader stond te pissen omdat er ratten in het poephok woonden. Het boerderijtje van de buren staat er nog, met op de deel – verstopt onder een grijze deken – de lijkwagen van het dorp. Ergens in die ruimte zwerft nog steeds de panter die me schrikken liet maar door verder niemand is gezien.

Ik zit voor mijn pc en inspecteer met Google Maps de plaatsen die ik ken. Soms zie ik iets vertrouwds, maar de mensen die er woonden zijn vertrokken of niet thuis. Ook mijn eigen huis vertoont geen spoor van leven.

(Het langste verhaal uit mijn nieuwe boek Valwind: www.peterveen.nl/valwind)