Steel

Op tafel ligt een dode vlinder. Vleugels uitgespreid. ‘Zo’n vlinder is gemaakt om te vliegen,’ zegt ze en wuift met haar hand naar het dode dier dat de wind haast lijkt te voelen en over tafel dwarrelt. Dat had ik zelf wel willen zeggen, denk ik en steel haar woorden. Meer kan ik over vlinders niet vertellen – los van dat ze mooi zijn, kwetsbaar, dat ik van ze hou om hoe ze fladderen, niet lijken te weten waar ze gaan om altijd ergens uit te komen – dat ze gemaakt zijn om te vliegen en dat je dat bedenkt op een moment dat die waarheid ertoe doet. Het inzicht hebt. Hardop zegt. Mij in stilte achterlaat. Ik inspecteer de spikkels op de vleugels, check de veldgids-app. Zandoogje. Het is de bonte.