Smaakje

‘Koffie alsjeblieft.’
‘Welk smaakje wilt u, kardemom, geitenkaas, bramen of rundvlees?’
‘Heb je niet gewoon koffie?’
‘Nee, dit zijn onze smaakjes. Welke mag ik u brengen?’
‘Heb je dan misschien thee?’
‘Jazeker. Dan hebben we de smaakjes ginseng, bloedworst, zeezout en natte hond.’
‘Niet gewoon thee? Doe me dan maar een glas water.’
‘Met bubbels?’