Slang

In de beek drijft een stok, groen, veralgd en misschien een meter lang. Hij schiet voorbij op de stroom als een slang die ik laatst zag in een film over de Amazone. Het beest kronkelde loom op weg naar zee, naar zwoele palmenstranden. Een groep ganzen vliegt laag over en hun gakken brengt me terug naar hier, naar lopen langs een koele beek, omringd door akkers vol met plassen en een lange rij bladloze bomen. Hier zijn geen slangen. Het is niet warm. Nee, als ik eerlijk ben, is het hier koud. Het water morgen zeker dichtgevroren, de stok gevangen in het ijs.