Slagen

Een, twee, drie, vier, vijf, zes. Na de laatste slag van de kerkklok blijft het stil. Het is ruimschoots ochtend, toch heb ik maar zes klokslagen gehoord. Ik weet het zeker. De stilte duurt en duurt en ik blijf tegen beter weten in nog altijd wachten op zeven, acht, negen en tien. Er komt niets. Licht geïrriteerd bedenk ik dat ik nog steeds niet weet hoe laat het is. De wind blaast langs mijn gezicht, verderweg klinkt het verkeer, wat dichterbij de vogels in de bomen, het blad ritselt in de struiken. Maar de torenklok blijft stil.