Schater

Ik mopper de supermarkt uit. Het is guur. De zomer al voorbij, maar ik wil vrij zijn, lekker niks en warm genieten. Chagrijnig steek ik de weg over en spring geïrriteerd opzij als er een fietsbel klinkt. Ze lacht. Beide handen aan het stuur. In haar rechterhand klemt ze ook het puntje van een lange groene rok. Ik kijk haar na. De wind speelt met haar rok en dwarrelt om haar benen, duwt de stof omhoog, omlaag, verpakt een been en laat het dan weer vrij. De rok bolt op. Ze laat het gaan, kijkt omlaag naar beide blote benen. Schaterlacht.