Polen

De trein rijdt achteruit. Ik zit op een bankje en verplaats me volgens de reis-app met 137 kilometer per uur van Rotterdam naar Zwolle. Ik rij achteruit. Met mijn rug naar voren. Mijn achterkant naar wat er komen gaat, mijn blik op wat voorbij is. Tuur uit het raam de avond in. Geen licht, geen maan, geen sterren. Het gevoel dat ik voortbewogen word, lost langzaam op. Ik rij. Dat weet ik zeker. De wind ruist langs het raam, de wielen ratelen soms over een wissel en zo nu en dan deint de wagon als het spoor een kuil bevat. Het voelt alsof de trein de verkeerde kant op rijdt, of ik naar het westen ga, terwijl de speaker herhaaldelijk bevestigt dat ik in de juiste trein zit en die nog steeds naar Zwolle gaat. We rijden naar de verkeerde kant over de IJsselbrug en dan achterstevoren het station in. Ik stap uit en loop de welbekende trappen af naar de fel verlichte tunnel onder de sporen. Als altijd ga ik naar links en zie toegangspoortjes die er nog nooit waren. Kijk om. En loop verrast de andere kant op. De goede. Schud mijn hoofd. Omgepoold.