Plop

Het voelt of ik binnenkort word uitgespuugd, onontkoombaar bovenplop uit de diepte van de warme zee, waarvan ik dacht, toen ik erin dook, dat ik voor altijd weg zou blijven, zou genieten van de warmte die straalde tot in mijn verste vezels, maar ergens blijkt het diepste punt bereikt en begint de weg omhoog. Elke armbeweging, elk schoppen van mijn been leidt tot bovenkomen. Heel lang kon ik denken dat ik een vis was, diep gedoken thuis, maar nu zelfs het water mij naar boven drijft, heb ik geen verweer. Hooguit is er spartelen en tegenzin en treuzelen waar het nog kan, met longen die verlangen naar nieuwe frisse lucht, de oude muf en, als ik eerlijk ben, lang al opgebruikt.