Pas

Thee, denk ik en sta op van achter mijn bureau. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar buiten en zie een blauwe reiger die naar binnen staat te gluren. Ik bevries mijn pas. De reiger staat doodstil, alleen het gras rond zijn poten beweegt in de wind. Achter de reiger is de akker grijs van ganzen die stilletjes het groen verorberen. Vanuit de ochtendmist duikt een ruiter op. Hij galoppeert langs de beek en komt snel dichterbij. De reiger draait zijn kop naar het geluid en vliegt op. Direct dwarrelen grote zwermen ganzen omhoog. Ook ik kom weer in beweging en zet een pas richting keuken.