Paradijs

Zes kilometer maar naar Paradijs. Het lijkt een buitenkans. Eerst een grote weg, dan een smallere, dan een enkelbaans weggetje waar maar net één auto op past langs een hoge dijk met vergeeld gras. Na wat scherpe bochten en een paar verscholen huizen zegt Google Maps dat ik er ben. Niks bijzonders te zien. Misschien dat het achter de dijk ligt? Het draaihekje onderaan de smalle opgang piept en kreunt en draait met tegenzin open. Tree voor tree beklim ik de groen uitgeslagen betonnen trap tegen de dijk omhoog. Bovenaan de trap nog zo’n hekje. Het krijst jammerlijk als ik me erdoorheen wring. Dan uitzicht op een meertje. Vol verwachting kijk ik rond. Een paar peinzende vissers, een waterskiër die maar blijft vallen, wat bomen en in de verte heel veel industrie. Al snel draai ik me om, trek het gillende hekje open en daal de traf af naar beneden. Paradijs lijkt angstig veel op de wereld die ik ken.