Of

Vanaf het pad langs de beek zie ik een auto naar ons huis rijden. Er rijdt wel vaker een auto over het doodlopende weggetje, maar deze valt op: een lichtblauwe snoek met wit dak. Hond rent vijftig meter door en kijkt -net als ik- hoe iemand uitstapt, achter de bomen langs naar het huis loopt, weer terugkomt, de brievenbus bekijkt, instapt en de auto keert. Even kijken de koplampen me aan, dan verdwijnt de auto richting hoofdweg. Ik blijf achter met de vraag wie en wat het was en met het besef dat ergens vijf minuten eerder of later zijn een leven kan veranderen. Ik was er niet. Ik was te laat of de auto was te vroeg. Of wellicht waren we allebei precies op tijd en was het de bedoeling van dit alles om mij deze vraag te laten stellen. Of misschien is er geen bedoeling en is al dat denken en zoeken naar betekenis alleen maar tijdverdrijf. Of zelfs dat niet. Het was een fijne wandeling. Hond tikt me aan en vraagt of ik wil spelen.