Niets

‘Zo moet je niet denken.’ Een man met zijn fiets aan de hand leunt over naar een jonge vrouw in een rolstoel, net als ik voorbijloop. Een oudere vrouw staat zwijgend achter haar.
‘Want het gaat niet om wat je niet meer kunt,’ vervolgt-ie zijn betoog, ‘maar om wat je nog wél kunt, om een positieve levensinstelling.’
Ze is even stil.
‘Ja, maar ik kan helemaal niets meer.’
De jonge vrouw kijkt naar hem op. Haar stem is licht geïrriteerd.
‘Zelfs zitten doet me vreselijk pijn. En elke dag wordt het slechter. Ik wil wel van alles, maar ik kan niks. Niks! En dan moet ik positief zijn?!’
Benieuwd naar hun gezichten, kijk ik om. Ze zien me kijken. Het gesprek valt stil. Als een gesloten front staren ze naar mij. Een welkome vijand.