Geel

‘En nu nog in dit potje plassen, dan zijn we klaar,’ zegt de prikdame na het aftappen van een paar buisjes bloed. Ik schud mijn hoofd. ‘Ook niet een klein beetje?’ Ze wijst met haar vinger een zeer bescheiden hoeveelheid aan op het doorzichtige potje. ‘Dan maar thuis doen en daarna even langsbrengen,’ zegt ze.
Een paar uur later loop ik over het parkeerterrein naar de hoofdingang van het ziekenhuis. In mijn linkerhand het halfvolle potje. Ik beweeg voorzichtig zodat het niet teveel klotst. Kan zo’n potje eigenlijk lekken? Iedereen weet waar ik mee loop, denk ik als ik een vrouw naar me zie kijken en daarna ook haar man zijn hoofd mijn kant op draait. Toch gek om zo achter je eigen urine aan te lopen. Want iets anders kan het niet zijn, die gele vloeistof in een doorzichtig potje waarmee ik richting ziekenhuis loop. In de hal val ik niet op, maar in de wachtkamer van de prikpolie is het druk. Veertig paar verveelde ogen staren naar me als ik me bij de balie meld. De dienstdoende dame pakt de papieren van me aan en vraagt mijn geboortedatum. Het voelt nog warm als ik haar het potje overhandig.