Gat

Soms komt er iemand langs die allang is overleden, onaangekondigd als een regenbui op een zomerdag, een oprisping met tranen, een gat in de tijd dat openspringt en langzaam opvult met de dagelijkse dingen zoals autorijden, eten en de hond uitlaten. Ik trek mijn laars los uit de waddenklei en zie hoe de modder terugstroomt, de ruimte die er even was verorbert. Eerst komt het water, daarna volgen de korrels. Dan is het gat verdwenen. Tot ik opnieuw een stap zet en een volgend gat forceer door weg te zakken, los te trekken, door te lopen. Na honderd meter als ik achterom kijk geen spoor vanwaar ik kwam. Soms treft me iemand die allang is overleden, tot ik beweeg, het gat zich sluit en ik vergeet, niet weet, vaak niet eens meer weet.