Flarden

Een klein boerderijtje aan een kanaal, ergens in de buurt van Emmen. Aardige mensen in een knusse, overvolle woonkeuken. Was ik acht of jonger nog? Ik herinner me de thee. Die was slap en ik kreeg extra suiker en heel veel warme melk. Direct na het inschenken, hield de boer z’n kopje scheef en liet wat thee op het schoteltje lopen. ‘Doe ook maar, joh,’ zei hij tegen mij, ‘anders brand je je mond,’ en hij slurpte met veel genoegen het schoteltje leeg. Pa en m’n oom deden het ook. Tante niet, die wachtte keurig tot de thee voldoende afgekoeld was en ze uit het kopje kon drinken. Gespreksflarden. Geruststellend en bevestigend.
‘Wie had dat nou kunnen denken, zo snel al opgepakt.’
‘Dus dat is je oudste.’
‘Later nog meer onderduikers gehad.’
‘Was erg zeker, Duitsland.’