Een sneltrein door de golven

De boot schudt en stampt. Binnen klinkt het of we als een sneltrein door de golven stuiven, het water sist langs de romp en de wind huilt rond de vallen en de mast.
‘Het is veel rustiger dan het nu lijkt,’ lacht de schipper die me wakker maakt, vlak voor mijn hondenwacht begint, ‘dat zie je wel als je zo meteen buiten bent.’

Het is aardedonker, waterdonker, ver weg geeft weerlicht kleur aan de wolken. De boot helt en ik hou me stevig vast, terwijl de slaap uit mijn gedachten waait. Ik voel me als een kind dat per ongeluk de handrem van papa’s auto heeft losgemaakt en nu van een helling naar beneden suist. De wind trekt aan. De zee is ongedurig, net als ik.

Uit Hondenwacht, Even inkijken?