Dwarrel

De late koffie houdt me wakker. Of slaap ik toch? Van een afstand zie ik hoe druk mijn hoofd het heeft. Een stuiterbal in een kamer vol rennende kinderen. Een oude radio waarmee iemand een zender zoekt en in het zoeken de halve wereld moet passeren. Flarden muziek, halve zinnen, vreemde klanken, ruis, morse-tekens. Een gedachte kijkt op, zegt zijn naam en duikt weer onder. Een zin uit een gesprek eerder vandaag, de oude tekst gesproken door een nieuwe stem. De koele hand van iemand die net binnenkomt. Een bal ontploft en de katten die eruit tevoorschijn springen, jaag ik naar buiten. Dan onderweg, de sneeuw die op mij loert en elke vlok diep in mijn ogen stuurt. Een uil dwarrelt voorbij, de autolampen schijnen wit onder zijn vleugels.