Duitsland-Denemarken

‘Muts af, toon respect!’ Het klinkt als een bevel. De priester kijkt me aan. Zijn adem dampt in de koude lucht en als ik de muts van mijn hoofd gris, voel ik de kilte toeslaan. De priester waggelt weg in zijn dikke rode winterjas. Ik kijk hem na en zie bontgevoerde laarzen met spekzolen onder zijn rok uitkomen. Gekleed op kou. Niet zoals ik in een te dunne jas en nu met een bloot, kaal hoofd in deze ijzig koude, tochtige kathedraal. Een paar vrouwen met hoofddoek om lopen me tegemoet. Ik nies en zet respectvol mijn muts weer op. Ziek worden van een kathedraalbezoek kan niet de bedoeling zijn. Een tweede priester in eenzelfde rode winterjas en met een dikke rode sjaal om zijn nek wijst op mijn hoofd, muts af! Ik zet hem af en besluit de kathedraal te verlaten. Langzaam schuifelend tussen andere bezoekers volg ik de tochtstroom naar de deur. In het portaal van de Kölner Dom zet ik mijn muts weer op. De vrieskou buiten voelt als een opluchting.

De deur van de kathedraal Sint Ansgar valt geruisloos achter me dicht. Het is er warm en behaaglijk, druk ook met mensen in gangpaden en in de banken. Blootshoofds alle mannen. Natuurlijk zet ik mijn muts af. Steek een kaarsje aan en bewonder het prachtig beschilderde dakgewelf. Zo hoog. Zo groot. Zo heerlijk warm. De Deense god bevalt me stukken beter.