Categorieën
Geen categorie

Droog

Het schip ligt languit op het Waddenzand. De zeilen opgedoekt, de romp verzonken in de modder en ik – die kan besluiten – niet van zins om ook maar iets te doen. De deur is open en even moe als de boot hang ik op mijn bank en luister naar de wind. Hij zingt door de vallen en de stagen. Te groot om in mijn hoofd te passen, mijn handen steeds te laat als ik hem wil grijpen. Omhoog dwarrelt hij en blaast met honderd stemmen een lied voor iedereen die wacht en luistert. Later hoor ik zachtjes lispelen onder het schip. Het water praat in zichzelf en geeft kopjes aan de romp. Het klinkt benauwd, als thee waarin ik mij soms verslik en dan minutenlang blijf hoesten.