Dreun

Of er een zandzak tegen het raam wordt gegooid. De dreun is dof en zwaar. Ik ren naar boven, grijp een zaklantaren mee. Veren op het raam, de afdruk van een kop. Het lamplicht aait over een fazanthen die gestrekt ligt op het balkon. Even trilt een vleugel. Dan is het bewegen over. De volgende ochtend draag ik haar in de richting vanwaar ze kwam. Naar de slootkant waar ze misschien woonde. Laat haar achter in het gele gras. Eten voor de kraaien, voor een vos, voor een ander dier dat honger heeft. En wie weet, een kans op afscheid voor de fazanthaan die ik ’s avonds hoorde roepen.