Dag!

‘Dag schaap,’ klinkt een heldere stem achter me. Het is bijna laagwater, de kreken in het stille natuurgebied lopen langzaam leeg naar zee. De zachte klei zuigt bij elke pas mijn laarzen vast en maakt mijn stappen zoekend en onzeker.
‘Dag meeuwen,’ zingt de meisjesstem. Ik kijk om. Ze loopt een paar meter voor de rest van het gezin en huppelt over het pad. Onwillekeurig lach ik naar haar en doe in gedachten mee. Groet het blauwgroene gras, een dode krab, de middagzon, de blauwe lucht met witte wolken, zwaai naar een schip op weg naar zee, glimlach naar de doorgezwete hoed op mijn hoofd, naar de schaduw onder de bomen, de dichtdreunende deur van de auto, de koelte van de airco en naar een meisje dat de wereld vrolijk maakt. Dag!