Armgebaar

‘Mijn baas vroeg nog, wat ga je missen nu je niet meer hoeft te werken en hij keek me zo aan van die gaat nog spijt krijgen. Niks zei ik tegen hem, niks, het voelt of ik eindelijk mijn vrijheid terug heb. Nee, met vrijheid hoef je niks speciaals te doen. Gewoon leven, dat is toch genoeg, want daar gaat het om. Dit bos hier, wandelen, koken, de tuin, voor mij is dat genoeg. Ja, hij belde dan nog wel eens of ik zin had in een klusje. Soms deed ik dat, want dan kan je eens een keer iets extra’s doen. Maar die vrijheid, nee, die geef ik niet meer weg. Want nu heb ik alle tijd voor dit.’
Zijn armgebaar omhelst het herfstig bos, de zware lucht, de torenhoge stapelwolken, onze honden die wat snuffelen op het slingerpad langs de brede sloot. Een kikker plompt vanaf de wal het water in. Boven de bomen schreeuwt een buizerd.