A28

Het is laat. Het ritme van de witte strepen maakt me suf en doezelig. Een snelle blik in de achteruitkijkspiegel duurt langer dan ik durf. Dus ik hou mijn stuur recht, de voet stijf op het gaspedaal en mijn ogen strak vooruit. Raam open. Koude wind en herrie. Raam weer dicht. Radio? ‘… dat heb ik dit voorjaar ook gezegd in het kader van …’ zegt een trage mannenstem. Uit. In een reflex lukt alles nog. Niet denken. Ik zie een P, sla af, ren vijf rondjes rond de auto. Het miezert.