Zeker

Terwijl zij boodschappen doet, wacht ik met draaiende motor, dubbel geparkeerd in een drukke winkelstraat. Al snel komt ze de winkel uit en stapt gedecideerd in de auto voor me, die ook dubbelgeparkeerd staat te wachten. Hij rijdt weg en verdwijnt in het verkeer. Stomverbaasd blijf ik staan en wacht. Even later komt ze de winkel uit, opent het portier en stapt bij mij in de auto. Behoedzaam rij ik weg. Ik zeg niets. Wat zou ik kunnen zeggen. Ze was het, ik weet het zeker, maar ze was het ook heel zeker niet.