Watashi wa

De Japanner fietst voorbij, steeds als ik hier mijn hond uitlaat. Hij zingt, altijd zingt hij. De klanken klinken vrolijk, hij steekt zijn hand op, zingt me toe, zingt langs me heen. Ik knik als groet want zingen kan ik niet. Misschien een liedje fluiten dat als vanzelf weer stopt als iemand zoekend opkijkt of op hoor-afstand te komen lijkt. Watashi wa nihongo ga kanō to utaitaidesu. Ik wil wel een Japanner zijn en zingen.