Uitlaat

‘Cockie kohom, Cockie kohom, Cockie kohom.’ Een hoge vrouwenstem galmt door het bos. ‘Cockie kohom.’ Achter me is mijn hond druk bezig geurvlaggen uit te zetten om een goede indruk te maken op leuke teefjes. ‘Cockie kohom, Cockie kohom.’ Het klinkt steeds dichterbij en als het pad een bocht maakt, zie ik een mevrouw met een flinke groep honden. Dat kan alleen maar een uitlaatservice zijn. Bij elke derde pas kijkt ze om en roept ze uit volle borst: ‘Cockie kohom, Cockie kohom.’ Zou ze bij dat bestelautootje horen, vraag ik me af. Aan het begin van het bos staat een blauwe Kangoo geparkeerd, met op de zijkant in grote letters een mobiel nummer en een website. In zo’n autootje is achterin ruimte voor één europallet. Ik tel de honden. Negen stuks lopen er bij haar in de buurt en dan is er blijkbaar ook nog een in het bos achtergebleven.
‘Cockie kohom, Cockie kohom.’
‘Passen die allemaal in dat autootje?’ De vraag brandt op mijn lippen, maar ik slik hem in.
Ze kijkt niet op of om als ik langsloop, net zo min reageert ze op mijn groet. Achter me hoor ik grommen. Een groot uitgevallen boxer uit haar groepje staat boven mijn reu te kwijlen. Ik loop door, mijn hond red zich wel. Even later is hij weer vlak achter me. Nog zeker vijf minuten weerklinkt haar hoge stem tussen de bomen. ‘Cockie kohom, Cockie kohom, Cockie kohom.’ Het pad blijft leeg. Geen hond te zien.