Schuin

Soms hij boven, soms zij. Steeds elkaar omklemd en diep in elkaar verzonken. Ze liggen op de met gras begroeide schuine kant van de IJsselmeerdijk. Hij in de veertig en zij ook zoiets. Hoe lang ze er al liggen, geen idee, maar na een half uurtje is het ineens voorbij. Ze staan op en lopen met de armen om elkaars middel naar een rijtje geparkeerde auto’s, zoenen nog even en slaan elkaar dan speels op de billen. Zij loopt naar een Mercedes-coupé, schikt haar kleren, lacht breed en scheurt binnen een paar tellen weg, rechtsaf richting Almere. Hij draait zich om, opent de kofferbak van zijn Volvo, trekt zijn t-shirt uit – hij is flink te dik met kleine tietjes – spuit wat deo onder zijn oksels en op zijn borst en doet een wit overhemd aan. Dan wisselt hij van schoenen, sluit de achterklep en grabbelt via het openstaande voorportier onder het dashboard. Als hij weer rechtop komt, zie ik tandpasta en een tandenborstel in zijn hand. Zorgvuldig poetst hij zijn tanden, gorgelt met spa blauw, spuugt het uit op de grond en spoelt het witte plakkaat weg met de rest van het water. Hij stapt in. Zijn handen ordenen zijn haar met zo nu en dan een check in de binnenspiegel. Het portier slaat dicht. Hij kijkt op zijn horloge, pakt zijn mobiel en al bellend rijdt hij weg, linksaf richting Lelystad.