Ruis

Een boer, een eindje verderop, sproeit mest over zijn akker. Nee, nodig ben ik daarbij niet, denk ik terloops en zomaar snap ik dat ik overbodig ben, nergens nodig ben, behalve misschien hier en nu, omdat anders niemand hoort hoe mooi de wind ruist door het hoge riet. Of zou ook dat zonder mij gewoon gebeuren? Nee, ik ben niet nodig. Alles vindt zijn weg ook als ik zou vervagen of zomaar op een dag verdwijn. Alles gaat heel gewoon zijn gang. Misschien rimpelt het water en zegt iemand dat ik eerder ging dan was verwacht of dat ik wat afwezig was de laatste tijd.
Maar ik droomde dat met mij de wind verdween die hier het riet zo mooi liet ruisen. Schrik wakker. Schud duizend druppels van me af.